Main image
11 juli
2010
geschreven door marco

Dankzij de politisering van de kloof tussen burger en politiek hebben ‘Henk en Ingrid’ een stem gekregen en roept de beroepspoliticus om het hardst dat wat er op het Binnenhof gebeurt eigenlijk helemáál niet zo belangrijk is.

Tien jaar geleden bestond de niet in politiek geïnteresseerde laagopgeleide burger eigenlijk alleen in de statistieken van politicologen over politiek cynisme of dalende opkomsten bij verkiezingen, maar inmiddels is hij politiek wakker gekust. Hoe ingrijpend hij de Nederlandse politieke verhoudingen inmiddels heeft veranderd, wordt nog eens onderstreept door de monsterscore van Wilders’ PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen. Rita Verdonk gooide in het voorjaar van 2008 in de peilingen al even hoge ogen en de PVV-score is ook vergelijkbaar met de 26 zetels die de LPF in 2002 wist te incasseren. Het kabinet-Balkenende I, waartoe de LPF destijds toetrad, viel echter reeds drie maanden na zijn beëdiging en de partij zelf werd zes jaar na haar oprichting ook alweer opgeheven. En zoals Wilders inmiddels Verdonk heeft teruggestuurd naar de politieke coulissen, behoeft het evenmin te verbazen wanneer de PVV binnen een paar jaar ook zelf weer moet plaatsmaken voor een rechts-populistische nieuwkomer.

Oppervlakkige manifestatie

Men moet zich dan ook niet blindstaren op de PVV, want het succes van Wilders’ partij is welbeschouwd slechts een oppervlakkige manifestatie van een meer fundamentele verandering die begon met de politieke aardverschuiving waardoor Nederland in 2002 werd getroffen. Destijds toonden de meeste politici zich minder ingenomen met de mooie verkiezingsopkomst dan verontrust over de vele nieuwe kiezers die op de ‘verkeerde’ partij hadden gestemd. Sindsdien is de kloof tussen burger en politiek zélf een politieke kwestie geworden.

Het eerste gevolg daarvan is natuurlijk de nieuwrechtse politiek, die niet christelijk is en evenmin de economische belangen van de hogere middenklasse behartigt, maar stem geeft aan het culturele onbehagen en de vervreemding van het laagopgeleide deel der natie. Deze politiek ontmaskert de sociologische mythe als zou er een soort vanzelfsprekende of natuurlijke verbinding bestaan tussen de maatschappelijke onderlaag en linkse politieke partijen. Net zoals GroenLinks bij uitstek een partij is voor hoogopgeleiden, is de PVV dat immers voor laagopgeleiden. Dergelijke nieuwlinkse en nieuwrechtse partijen onderscheiden zich van oudlinkse en oudrechtse via stellingnamen inzake culturele kwesties (vrijheid en onvrijheid, multiculturalisme en immigratie, misdaad en veiligheid, nationalisme en internationalisme). Net zoals GroenLinks is voortgekomen uit (onder meer) de oudlinkse CPN, zijn ToN en PVV afsplitsingen van de oudrechtse VVD. Het nieuwrechtse populisme heeft zich inmiddels stevig in de Nederlandse politiek genesteld en het ziet er niet naar uit dat het snel weer zal verdwijnen.

Protest tegen politieke en bureaucratische elites

Natuurlijk behelst dit nieuwrechtse populisme een afkeer van ‘het vreemde’ en het ‘niet-eigene’ en een nostalgisch verlangen naar het Nederland van weleer – het Nederland zoals destijds verbeeld door Swiebertje en tegenwoordig door Toen was geluk heel gewoon. En natuurlijk was er de afgelopen jaren veel gedoe over radicale moslims en vrouwonvriendelijke imams; over hoofddoekjes, boerka’s en boerkini’s; over immigratie, integratie en inburgering. Maar ook dat andere kenmerk van het populisme, het volkse protest tegen politieke en bureaucratische elites, is de afgelopen jaren bij de PVV steeds zichtbaarder geworden. In plaats van krachtdadig op te treden tegen de problemen waarmee ‘hard werkende burgers’ dagelijks kampen, zouden politici en ambtenaren hun tijd verdoen met eindeloze vergaderingen over bijzaken en een onophoudelijke stroom uit de werkelijkheid losgezongen nota’s, notities, rapporten en toekomstscenario’s produceren – of, erger nog: laten produceren door externe adviesbureaus of onderzoeksinstellingen. Omdat een en ander bovendien wordt gefinancierd met ‘onze’ belastingcenten, zo luidt de populistische slotsom, is hier in feite sprake van uitbuiting van ‘gewone’ en ‘hard werkende’ Nederlanders door Haagse ‘zakkenvullers’, die alleen maar geïnteresseerd zijn in hun eigen portemonnee, hun eigen loopbaan en hun eigen ‘linkse hobby’s’. In dit populistische vertoog, dat vooral aantrekkelijk blijkt voor lageropgeleiden, is de parasitaire boevenrol van het kapitaal uit het socialistische verhaal overgenomen door politieke, bestuurlijke en ambtelijke elites.

Een tweede gevolg van de politisering van de kloof tussen burger en politiek hangt hier nauw mee samen. Politici voelen zich van de weeromstuit steeds meer genoodzaakt om afstand te nemen van wat in minder dan tien jaar tijd ‘de Haagse kaasstolp’ is gaan heten. Zij geven daarmee de boodschap af dat wat in Den Haag gebeurt eigenlijk helemaal niet belangrijk is – dat het gaat om ‘de echte problemen’: de problemen van ‘de mensen in de samenleving’ of ‘de mensen in de oude wijken’. Zo baarde het kakelverse kabinet-Balkenende IV in het voorjaar van 2007 opzien met zijn voornemen om eerst maar eens honderd dagen ‘in gesprek te gaan met de samenleving’. Zo’n bus heeft grote voordelen, legde Erik van Bruggen, bedenker van de in dit verband georganiseerde bustournee, desgevraagd uit aan deze krant: Die komt ergens aan, rijdt door het land – allemaal mediagenieke momenten die zo het journaal halen. En je kunt er als politicus je boodschap mee onderstrepen dat je de kiezer serieus neemt. En inderdaad: dankzij Van Bruggen kon heel Nederland honderd dagen lang via oude en nieuwe media meegenieten van de avonturen die Balkenendes kabinetsploeg in het land beleefde. Minister André Rouvoet verscheen zelfs enthousiast jumpend met Haagse kinderen op de televisie.

Onvoldoende presterende en bureaucratische overheid

In juni 2007, na afloop van de honderddaagse ontdekkingsreis door ‘de samenleving’, bleek bijna iedere pagina van het glossy beleidsprogramma ‘Samen werken, samen leven’ een foto-met-tekstballon-van-doodgewone-Nederlander te bevatten. Waar het de Europese eenwording betreft, verwoorden deze buikspreekpoppen keurig het kabinetsstandpunt, maar waar het gaat om welzijnsbeleid, gezondheidszorg of onderwijs, terreinen waar burger en overheid elkaar dagelijks treffen, zeggen ze iets heel anders. Daar schetsen ze een soms scherpe tegenstelling tussen een bureaucratische beleidsolifant en een breekbare maatschappelijke porseleinkast vol alledaagse wijsheid. llya Soffer krijgt van het kabinet bijvoorbeeld ruim baan om te mopperen over kastjes en muren in de zorg en Rob de Lugt mag zijn hart luchten over de jeugdzorg: Ze zeggen wel dat de wachtlijsten zijn weggewerkt, maar dat valt vaak vies tegen. Mijn eigen dochter is gedragsgehandicapt, dus ik weet waar ik het over heb. Het is slechts een variatie op het terugkerende thema van een onvoldoende presterende en bureaucratische overheid waartegen verzorgers en verzorgden op tragische wijze het onderspit delven. In het slothoofdstuk van het document, dat de veelzeggende titel ‘Overheid en dienstbare publieke sector’ draagt, mag mevrouw Wassenaar het allemaal nog eens samenvatten. Het lijkt een belofte van beterschap van het kabinet: Ik vind dat de overheid echt moet luisteren naar burgers. De punten uit de dialoog moeten daadwerkelijk gebruikt worden. Voordat het goed en wel van start was gegaan, had het kabinet-Balkenende IV met ‘Samen werken, samen leven’ al uitgebreid ’sorry’ gezegd tegen ‘de samenleving’.

Steeds vaker spelen politici tegenwoordig dat zij eigenlijk helemaal geen ‘echte’ politici zijn, maar ‘gewone’ mensen; dat zij niet ‘boven’ of ‘tegenover’ burgers staan, maar ‘naast’ of (liever nog) ‘achter’ hen. Daarom liet Jan Peter Balkenende zich de afgelopen jaren zo graag fotograferen in een Formule 1-wagen, ontspannen met een glas pils in de hand of met Bianca aan zijn zijde. Daarom pronkt Wim van de Camp met zijn motorfiets en daarom twittert Femke Halsema naar hartelust over het wel en wee van haar kinderen. Eerder dit jaar, al voordat hij het roer van Wouter Bos had overgenomen, figureerde Job Cohen als gastredacteur van het damesblad Margriet. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit volgde al snel met haar eigen glossy Gerda. En in de aanloop naar de verkiezingen gunden de lijsttrekkers van de meeste partijen de lezeressen van Libelle een kijkje in hun privéleven via uitgebreide en met foto’s gelardeerde interviews.

Populistische partijen die zich op luide toon keren tegen het Haagse politieke establishment geven sinds 2002 stem aan de mopperende laagopgeleide burgers die zich ooit politiek afzijdig hielden. Was de kloof tussen burger en politiek tien jaar geleden nog als een slapende politieke vulkaan, inmiddels is zij tot uitbarsting gekomen met een volwaardige nieuwrechtse politiek van de gewone man (m/v) als resultaat. Zij is opgetrokken op de metafoor van een verregaand van ‘de mensen in de samenleving’ losgezongen ‘Haagse kaasstolp’. De politiek, zo luidt haar aanklacht, is eerder een oorzaak van de problemen waarmee ‘Henk en Ingrid’ kampen dan dat zij daarvoor serieuze oplossingen biedt. Politici die zich al te nadrukkelijk met de Haagse politiek associëren trekken in dit nieuw ontstane politieke klimaat nauwelijks nog volle zalen. Daarom proberen zij de kloof tussen burger en politiek te overbruggen door de rol van de exclusief op het Binnenhof gerichte beroepspoliticus te vermijden en zoveel mogelijk op ‘echte mensen’ te lijken. Als reactie op al die ontevreden burgers zijn inmiddels dus ook politici de politiek steeds meer de rug gaan toekeren, waarmee zij een nieuwe en tot op heden minder onderkende kloof in het leven roepen: die tussen politicus en politiek.

Auteurs: Dick Houtman en Peter Achterberg, respectievelijk als hoogleraar cultuursociologie en universitair docent cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze bijdrage is gebaseerd op een artikel dat binnenkort verschijnt in het tijdschrift ‘Sociologie’. Bron: NRC Handelsblad 19 juni 2010

11 juli
2010
geschreven door marco

De VVD kan opteren voor een land dat politiek achter de dijken verdwijnt, of voor een Nederland dat het buitenland niet schuwt. Josse de Voogd hoopt het laatste.

Meer dan ooit is het politieke landschap versplinterd. Nederland is verdeeld in verschillende ‘biotopen’ waarin telkens andere wereldbeelden, waarden en belangen domineren.

De PvdA heerst in de meeste steden en in het noordoosten. De VVD wint in de welvarende suburbane gebieden van West-, Midden- en Zuid-Nederland. Het CDA houdt stand in een aantal traditionele plattelandsgebieden. De PVV is de grootste in vrijwel heel Limburg en nog enkele gemeenten verspreid over het land. SGP en ChristenUnie doen het goed in de Biblebelt, D66 en GroenLinks in de Greenbelt, de as van steden met een hoogopgeleide bevolking en randgebieden die loopt van Alkmaar naar Nijmegen. Binnen de steden doen D66, GroenLinks en VVD het goed in de wijken met hoger opgeleiden, PvdA, SP en PVV in de wijken met lager opgeleiden en de VVD in de vinexwijken.

Vanouds is het noordelijke deel van Nederland progressiever en linkser dan het zuiden. Het noorden past qua politieke cultuur en voorkeur eerder bij Scandinavië, met een neiging naar vrijzinnigheid, egalitarisme en een sterke staat. Dit terwijl Limburg misschien wel dichterbij bij Zuid-Europa staat waar conservatisme en familiebanden centraal staan, men de staat wantrouwt en waar hiërarchische en cliëntelistische relaties belangrijk zijn. Politiek gaat er veel meer over personen en populisten scoren hier beter.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ‘beweging’ van Wilders in Limburg het beste aanslaat. Vooral in het zuiden lag het ‘gat op rechts’ open. Al in de jaren 90 werd gesproken over een conservatievere Limburgse zusterpartij van het CDA, naar het voorbeeld van de Beierse CSU. Deze ‘zusterpartij’ lijkt nu alsnog tot stand te zijn gekomen in de vorm van de PVV. De hoge score hangt verder samen met de onzekerheid over de economische situatie, criminaliteit en gevoelens van politieke ontheemding, veroorzaakt door de neergang van de katholieke kerk en de Katholieke Volkspartij. Het abstracte antwoord van links op deze problemen schiet hier tekort.

Brabant

De ruk naar rechts komt dus voornamelijk uit het zuiden, waar men zich lang achtergesteld heeft gevoeld en nu zijn invloed laat gelden. Dat geldt zeker ook voor de provincie Brabant, die zich snel heeft ontwikkeld en is verstedelijkt. Deze provincie is goed voor maar liefst 22 van de 150 Kamerzetels, terwijl Groningen, Friesland en Drenthe bij elkaar nog maar 16 zetels krijgen. Opvallend is hoe deze provincie uiteenvalt in het dynamische welvarende midden-Brabant waar de VVD sterk is binnengedrongen, en de meer stagnerende flanken waar de PVV het beter doet. Zoals in West-Brabant, dat aansluit op het gebied waar de Vlaamse nationalisten scoren, dat weer doorloopt in de bolwerken van Le Pen in Noord-Frankrijk.

Een belangrijke factor voor de winst van de VVD en in mindere mate de PVV, is verder de suburbanisatie. Van een land waar de tegenstelling stad-platteland centraal stond, is Nederland veranderd in een grotendeels dichtbevolkt ‘tussengebied’. Een steeds groter deel van de bevolking woont in deze suburbane gebieden. Dit viel samen met de gestage groei van de VVD vanaf eind jaren 60. Men heeft er een koophuis, ‘consumeert’ de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen via tv en ’shopt’ van partij naar partij. In vrijwel deze hele zone is de VVD de grootste partij. Maar ook de PVV doet het hier vaak goed, vooral in de gebieden waar men zich zorgen maakt over de huizenprijs, de sociale daling en de ‘verkleuring’. Dan gaat het om plaatsen als Almere, Spijkenisse en Purmerend – gemeenten die in korte tijd enorm zijn gegroeid.

Progressieve steden

Tegenover het rechtse zuiden en het blauwe ’suburbia’ staan de progressieve steden. D66 en GroenLinks zijn hier sterk, terwijl de PvdA stand houdt. Ondertussen verliest links in stagnerende industriesteden en plattelandsregio’s met een lager opgeleide bevolking waar de crisis hard aankomt, zoals Heerlen, Helmond en Oost-Groningen. De PVV lijkt daar de positie van de SP over te nemen, wat laat zien dat de uiteinden van het politieke hoefijzermodel dicht bij elkaar liggen. Links moet het steeds meer hebben van een combinatie van een boven-, en een onderlaag (hogeropgeleiden, ambtenaren en allochtonen), waarbij de lagere middenklasse ontbreekt. Daartegenover staat rechts, dat naast welgestelden en traditionele gezinnen ook steeds meer aanhang krijgt onder lager opgeleide werknemers in sectoren als de bouw en de zorg. Daarin volgt Nederland de Verenigde Staten, waar de Democraten het ook moeten hebben van de onder- en bovenklasse in de steden.

De tegenstelling tussen liberaal en conservatief Nederland komt duidelijk naar voren in de spreiding van de aanhang van een mogelijke Paars-Groene coalitie. Deze combinatie, die flinke winst heeft geboekt, beschikt over een ruime meerderheid in de gebieden die er op internationaal en economisch gebied het meeste toe doen. Een dergelijke Paars-Groene ‘urbane’ en hervormingsgezinde coalitie zou dan ook beter zijn voor Nederland dan een rechts-nationale coalitie die vooral gebaseerd is op de plattelandsgebieden en Nederland meer in zichzelf zal doen keren. Hier ligt dan ook het dilemma voor de VVD: kiest zij voor Nederland-in-de-wereld of voor Nederland achter de dijken.

Bron: Josse de Voogd werkt bij het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks aan een publicatie over electorale geografie. Daarnaast is hij masterstudent internationale betrekkingen in Utrecht. Verschenen in NRC Handelsblad 15 juni 2010.

27 februari
2010
geschreven door marco

PVV Almere wil iedereen met hoofddoekjes uit de gemeentelijke gebouwen kunnen weren. Ook wil zij geen gemeentelijke subsidie meer verstrekken aan instellingen die mensen met hoofddoekjes toelaten. Een flink deel van de Nederlandse bevolking lijkt dit een weinig aantrekkelijk standpunt te vinden. Belangrijk is echter eveneens dat het idee ook in juridisch opzicht zeer ondoordacht is.

 

Het dragen van hoofddoekjes als geloofsuiting is een grondwettelijke toegekende vrijheid. Zowel in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, als in onze Grondwet als in de Algemene Wet Gelijke Behandeling is vastgelegd dat het verboden is onderscheid te maken wegens godsdienst en levensovertuiging. Hieraan is verbonden het wettelijk verbod om te intimideren.

 

Binnen dit wettelijk kader hebben rechters en het College Gelijke Behandeling regelmatig uitspraken gedaan over de grenzen. Samengevat komen deze erop neer dat het verboden is groepen van mensen categorisch uit te sluiten. Alleen bij zeer zwaarwegende redenen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Denk aan hygiëne en veiligheid. Dat moeten dan wel geloofwaardige redenen zijn en ze moeten consequent worden toegepast. Een gezichtsbedekkende sluier mag verboden worden als non-verbale communicatie is vereist.

 

Het idee om hoofddoekjes in overheidsgebouwen te verbieden is ronduit ondoordacht. Niet alleen zou de gemeente Almere hierdoor wetgeving creëren die flagrant in strijd is met hogere landelijke en Europese regelgeving. Bovendien zou de lokale overheid maatschappelijk het verkeerde voorbeeld geven als ze werkelijk de wet wil ovetreden. PVV Almere roept dus feitelijk op tot maatschappelijke onrust.

 

Het verbieden van hoofddoekjes zal echter ook met zich meebrengen dat onmogelijke handhavingsproblemen ontstaan. Het breed geaccepteerd dragen van regenkapjes om het haarkapsel te beschermen valt er dan ook onder. En mag Lady Gaga zich dan nog wel met haar pruiken in Nederland vertonen? Met andere woorden: Wat behoort tot de Nederlandse cultuur en hoe denkt PVV dat te bepalen? Ook ben ik nieuwsgierig naar waar PVV Almere de mankracht en dus het belastinggeld vandaan haalt die nodig zijn om de naleving van zo’n verbod te controleren en te bestraffen.

 

Afgezien van het feit dat PVV Almere oproept tot het overtreden van de wet, is het idee van het hoofddoekjesverbod ook verwerpelijk omdat er geen goede reden met brede maatschappelijke draagvlak voor is te geven. Iedereen die om wat voor reden ook een hoofddoekje draagt zal zich door het verbod uitsluitend gediscrimineerd en geïntimideerd voelen. We doen dan aan ijskoude maatschappelijke uitsluiting. Dat is wél wezensvreemd aan onze Nederlandse cultuur, waarin van oudsher voor alle geloofs- en levensovertuigingen plaats is.

 

Beluister hier mijn bijdrage op Radio 1 op 26 februari 2010 in de uitzending Standpunt.nl.

20 februari
2010
geschreven door marco

De val van dit kabinet had naar mijn overtuiging kunnen worden voorkomen als JP de MP meer leiderschap had getoond. Hij suggereert ten onrechte dat met de PvdA niet was te praten. In werkelijkheid lag het kabinet een lastig dilemma voor: in Uruzgan blijven voor het internationale aanzien van ons land of de mening van de meerderheid van het Nederlandse volk de doorslag laten geven, namelijk geen verlenging van de militaire missie. Bij zulke wezenlijke dilemma’s over oorlog is er niets op tegen voor de mening van het volk te kiezen, zoals de PvdA dus doet,

Afgezien hiervan blijft de vraag wat wij in Afghanistan te zoeken hebben. Ik geloof er niets van dat het westen er enkel en alleen is om nobele zaken als het weerbaar maken van de lokale bevolking. Rondom Kabul liggen waardevolle bodemschatten, waaronder koper. Ook China heeft daarop het oog laten vallen. (Zie http://www.nu.nl/algemeen/1445282/afghanistan-is-goudmijn.html). Met onze militaire aanwezigheid staan we de Afghanen in de weg om ze zelfstandig te kunnen laten beslissen aan wie ze die bodemschatten willen verkopen, de opbrengst ervan volledig te behouden en te besteden aan economische en maatschappelijke welvaart. Daarentegen laten we ze op deze manier afhankelijk blijven van papaver als hun belangrijkste inkomstenbron.

Laat de internationale gemeenschap uitspreken dat het de Navo vooral te doen is om deze strategische doelen. Geef de Afghanen daarom liever zelfbeschikking over hun eigen grondstoffen en zorg ervoor dat het aan de bevolking ten goede komt. Afghanistan verdient zoveel beter dan speelbal te zijn van een internationaal gezelschapspelletje Stratego. Dit is het echte debat dat het kabinet had moeten voeren en waaraan JP de MP heeft verzuimd leiding te geven.

Ondertussen hebben we in Nederland al genoeg problemen met onze financiën. Nog meer belastinggeld over de balk smijten aan deze prestigemissie met dubbele agenda lijkt elke mogelijke meerwaarde te ontberen.

De keuze van de PvdA-ministers om zich niet door haar coalitiepartners te laten meeslepen in het oppervlakkige motief van uitsluitend ons vermeende internationale aanzien getuigt dan ook van gezond realisme.

27 januari
2010
geschreven door marco

Vanaf nu twitter ik ook! Lees meer over mijn besognes en commentaar op: twitter.com/marcoswart

Previous